Onderzoekers van de Northwestern University hebben een belangrijke mijlpaal bereikt in het streven naar de behandeling van ruggenmergletsels: succesvolle regeneratie van beschadigd menselijk ruggenmergweefsel in een laboratoriumomgeving. Deze doorbraak, gedetailleerd beschreven in recente bevindingen, bouwt voort op eerder succes in diermodellen, waardoor het vooruitzicht van menselijke therapieën dichter bij de realiteit komt.

De uitdaging van ruggenmergletsels

Ruggenmergletsel resulteert vaak in permanente verlamming omdat het centrale zenuwstelsel moeite heeft zichzelf te herstellen. Beschadigde zenuwcellen, of axonen, regenereren niet gemakkelijk, en de natuurlijke reactie van het lichaam – de vorming van een gliale litteken – blokkeert de hergroei verder. Dit littekenweefsel fungeert als een fysieke barrière en voorkomt dat afgesneden zenuwvezels zich opnieuw verbinden. Het kernprobleem is niet alleen de initiële schade; het is de reactie van het lichaam erop.

De ‘Dansende Molecule’-therapie

Het onderzoeksteam, geleid door biomedisch ingenieur Samuel Stupp, heeft eerder succes aangetoond bij het omkeren van verlamming bij muizen met behulp van een materiaal genaamd IKVAV-PA. Dit materiaal bevat supramoleculaire therapeutische peptiden : moleculen die zijn ontworpen om de natuurlijke beweging van receptoren op zenuwcellen na te bootsen. Deze ‘dansende moleculen’ hebben een effectievere interactie met cellen, waardoor axonhergroei wordt gestimuleerd.

Het belangrijkste inzicht hier is dat biologische processen niet statisch zijn. Zenuwcellen en hun receptoren zijn voortdurend in beweging, dus een therapie moet die dynamiek matchen om effectief te zijn. Statische moleculen zullen hun doelwitten misschien nooit tegenkomen, terwijl snel bewegende moleculen vaker cellen kunnen aanvallen.

Van muizen tot menselijk weefsel: organoïden als brug

Hoewel diermodellen cruciaal zijn, zijn ze geen perfecte vervangers voor de menselijke biologie. Om hun aanpak te valideren, wendde het team zich tot organoïden van het ruggenmerg : kleine, in het laboratorium gekweekte modellen van menselijk ruggenmergweefsel. Deze organoïden, afgeleid van volwassen stamcellen, ontwikkelden gedurende enkele maanden veel van de structurele kenmerken van een echt ruggenmerg.

Onderzoekers veroorzaakten vervolgens verwondingen – zowel snijwonden als compressietrauma’s – in de organoïden, een weerspiegeling van het soort schade dat wordt waargenomen bij echte dwarslaesies. De organoïden reageerden zoals verwacht: het afsterven van zenuwcellen, vorming van gliale littekens en ontstekingen. Dit bevestigde dat het in het laboratorium gekweekte weefsel de biologische reactie op letsel nauwkeurig repliceerde.

Dramatische regeneratie in het laboratorium

Na het letsel werden sommige organoïden behandeld met IKVAV-PA, terwijl andere als controle dienden. De resultaten waren opvallend. De behandelde organoïden vertoonden significant verminderde ontstekingen en littekenvorming, naast substantiële hergroei van zenuwcellen. De vloeistoftherapie vormde zich tot een skelet en stimuleerde actief de regeneratie van axonen.

Het verschil was visueel duidelijk: het gliale litteken bij behandelde organoïden was nauwelijks waarneembaar, in tegenstelling tot de dichte, ondoordringbare littekens bij de controlegroep. Het team observeerde ook een vermindering van chondroïtinesulfaatproteoglycanen, moleculen die geassocieerd zijn met ontstekingen en letselreacties.

Wat dit betekent voor de toekomst

Dit onderzoek biedt een cruciale validatiestap voor een mogelijke menselijke therapie. Hoewel klinische onderzoeken nog jaren op zich laten wachten, is het consistente succes in zowel dierlijke als menselijke weefselmodellen zeer bemoedigend. De mogelijkheid om therapieën te testen in in het laboratorium gekweekt menselijk weefsel vormt een cruciale brug tussen dierstudies en proeven op mensen, waardoor het risico op onvoorziene complicaties wordt verminderd en de ontwikkeling van effectieve behandelingen wordt versneld.

Dit werk benadrukt de kracht van biomimicry: het ontwerpen van therapieën die met de natuurlijke processen van het lichaam werken in plaats van ertegen. Als verdere studies deze resultaten bevestigen, kan het vooruitzicht van het herstel van de bewegingsvrijheid van verlamde personen steeds realistischer worden.