Nieuw onderzoek suggereert dat de meest hittegevoelige honingbijen ook de eersten zijn die reageren op stijgende temperaturen door de korf aan te wakkeren, een gedrag dat cruciaal is voor het overleven van de kolonie. Deze contra-intuïtieve bevinding ondersteunt de nieuw voorgestelde ‘Weak Worker Hypothesis’, die stelt dat individuen die het meest kwetsbaar zijn voor een stressfactor vaak de eersten zijn die ertegen optreden, waardoor de arbeidsverdeling binnen de kolonie wordt gestimuleerd.
Het standaardmodel versus nieuwe inzichten
Decennia lang hebben wetenschappers het gedrag van insectenkolonies verklaard via het ‘responsdrempel’-model. Dit model gaat ervan uit dat individuele insecten verschillende gevoeligheden hebben voor stimuli (zoals hitte of kou). Wanneer een stimulus een bepaald niveau bereikt, komen de meest responsieve leden in actie, waardoor de stimulus voor de hele kolonie wordt verminderd. De biologische basis voor waarom sommige insecten als eerste reageren, is echter onduidelijk gebleven.
De Weak Worker Hypothesis biedt een radicaal alternatief: de insecten die het meeste risico lopen door de stressor reageren het eerst. Dit gaat niet over kracht of veerkracht, maar over zelfbehoud op individueel niveau, wat de kolonie als geheel ten goede komt.
Het experiment: hittestress en uitwaaieren
Onderzoekers van de Universiteit van Alberta testten deze hypothese door honingbijkolonies bloot te stellen aan hoge temperaturen. Ze merkten dat bijen die bij de ingang van de korf waren gestationeerd, hun vleugels begonnen uit te wapperen om de korf af te koelen. Toen deze “waaier”-bijen werden geïsoleerd en blootgesteld aan dodelijke hitte, stierven ze sneller dan controlebijen die niet hadden gewaaid.
Dit suggereert dat de bijen die het meest vatbaar zijn voor hittestress ook de eersten waren die zich met koelgedrag bezighielden, waarbij ze zichzelf effectief opofferden om de kolonie te beschermen. De logica is brutaal, maar efficiënt: de zwakste leden fungeren als een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en als eerstehulpverleners, waardoor een verdediging voor de hele kolonie in gang wordt gezet.
Gevolgen voor de bijenteelt en de gezondheid van de kolonies
De Weak Worker Hypothesis is niet universeel van toepassing op alle insectengedragingen. Sommige rollen, zoals ziektebestrijding, vereisen mogelijk weerstand in plaats van gevoeligheid. Voor temperatuurregulatie heeft dit onderzoek echter aanzienlijke implicaties.
Historisch gezien heeft de bijenteelt zich geconcentreerd op het selecteren van kolonies met een hoge algehele hittetolerantie. Maar deze studie suggereert dat het behouden van de genetische diversiteit in de gevoeligheid voor stress effectiever kan zijn. Een fractie van de zwakkere individuen zorgt ervoor dat de kolonie snel zal reageren op bedreigingen.
“Selectie op variatie in stressgevoeligheid zou succesvoller kunnen zijn dan unidirectionele selectie op hogere stressbestendigheid”, concluderen de onderzoekers. “Een fractie van de gevoelige werknemers zou belangrijk kunnen zijn om de verdediging op kolonieniveau te reguleren en uit te voeren.”
Beyond Honey Bees: een breder kader
Dit onderzoek bouwt voort op eerdere bevindingen waaruit blijkt dat bijen die in de winter warmte genereren, ook kwetsbaarder zijn voor blootstelling aan kou als ze zich buiten de bijenkorf bevinden. De Weak Worker Hypothesis wordt nu voorgesteld als een algemeen raamwerk voor het begrijpen van de arbeidsverdeling bij sociale insecten. Verder testen is nodig om de geldigheid ervan voor verschillende soorten en stressoren te bevestigen.
Concluderend zet deze studie de conventionele wijsheid op zijn kop: de zwakkere leden van een kolonie kunnen de sleutel zijn tot haar voortbestaan. Door dit contra-intuïtieve inzicht te omarmen, kunnen we beter begrijpen hoe sociale insecten functioneren en kunnen we de praktijken voor de bescherming van kwetsbare soorten zoals honingbijen verbeteren.























