De wereld bereidt zich momenteel voor op een potentiële pandemie die er heel anders uitziet dan de COVID-19-crisis. Terwijl SARS-CoV-2 een groot deel van de wereld overrompelde, werken wetenschappers er nu aan om ervoor te zorgen dat als een vogelgrieppandemie toeslaat, de medische respons wordt gemeten in maanden in plaats van in jaren.

De groeiende dreiging van H5N1

De voornaamste zorg onder gezondheidsfunctionarissen is het H5N1-vogelgriepvirus, met name de clade 2.3.4.4b -stam. De afgelopen tien jaar heeft deze soort een aanzienlijke evolutie doorgemaakt, waarbij ze zich over de hele wereld onder wilde vogelpopulaties heeft verspreid en zelfs Antarctica heeft bereikt.

Het risico voor de mens neemt toe als gevolg van verschillende factoren:
Overdracht tussen verschillende soorten: Het virus is van wilde vogels naar verschillende zoogdieren en pluimveebedrijven verhuisd.
Veebesmetting: In de Verenigde Staten begint het virus met name te circuleren onder melkvee.
Menselijke blootstelling: Hoewel er momenteel geen bewijs is van langdurige overdracht van persoon tot persoon, zijn er sinds begin 2024 meer dan 100 gevallen bij de mens geregistreerd.

Zolang het virus onder dierenpopulaties blijft circuleren, blijft het risico dat het zich aanpast voor een efficiënte overdracht van mens op mens een cruciale zorg voor de mondiale gezondheidszorg.

Een sneller pad naar bescherming: het mRNA-voordeel

Tijdens de COVID-19-pandemie duurde het ongeveer een jaar vanaf de eerste opkomst van het virus tot de uitrol van de eerste vaccins. Deze vertraging resulteerde in een enorm verlies aan mensenlevens en economische instabiliteit. Om een ​​herhaling van deze tijdlijn te voorkomen, richten onderzoekers zich op de mRNA-technologie.

Moderna lanceert momenteel Fase III klinische onderzoeken voor zijn H5N1-vaccin, mRNA-1018, in het Verenigd Koninkrijk en de VS. Bij deze proef zijn 4.000 vrijwilligers betrokken, die zich specifiek richten op risicogroepen:
1. Individuen van 65 jaar en ouder.
2. Werknemers in de pluimvee-industrie.

Waarom mRNA een game-changer is

Traditionele griepvaccins worden doorgaans gekweekt in kippeneieren. Hoewel deze methode effectief is bij de seizoensgriep, heeft deze methode in een pandemisch scenario twee grote tekortkomingen: de schaalvergroting is traag en de methode is moeilijk aan te passen als het virus snel muteert.

Daarentegen bieden mRNA-vaccins twee doorslaggevende voordelen:
Productiesnelheid: De productie kan veel sneller worden opgeschaald om aan de mondiale vraag te voldoen.
Aanpassingsvermogen: De genetische code van het vaccin kan eenvoudig worden bijgewerkt om te matchen met nieuwe varianten van het virus zodra deze zich voordoen.

“Een grieppandemie is de meest waarschijnlijke toekomstige pandemie. En het is van cruciaal belang dat we ervoor zorgen dat we goed voorbereid zijn”, zegt Richard Pebody van de UK Health Security Agency.

Het onbekende testen

Omdat H5N1 zich momenteel niet onder mensen verspreidt, kunnen onderzoekers geen traditioneel onderzoek uitvoeren om te zien of het vaccin infectie in de praktijk voorkomt. In plaats daarvan zullen de Fase III-onderzoeken zich richten op immunogeniciteit – het meten van hoe sterk het vaccin een immuunrespons bij vrijwilligers teweegbrengt. Vroege gegevens uit fase I- en II-onderzoeken suggereren dat het vaccin een robuuste respons oplevert zonder veiligheidsproblemen.

Mondiale paraatheid en dierenvaccinatie

Het streven naar deze vaccins wordt ondersteund door de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI), een organisatie die wordt gesteund door meer dan 30 landen, die tussenbeide komt om de financieringstekorten op te vullen die zijn ontstaan door verschuivingen in de overheid.

Naast de menselijke geneeskunde kijken experts naar een ‘One Health’-benadering, waarbij de oorzaak van het probleem wordt aangepakt. Dit omvat de mogelijkheid om vee en pluimvee te vaccineren. Uit bewijsmateriaal uit Frankrijk is al gebleken dat het vaccineren van eenden de uitbraken van H5N1 op boerderijen drastisch kan verminderen, waardoor mogelijk een buffer ontstaat tussen het virus bij dieren en de menselijke populatie.


Conclusie
Door gebruik te maken van mRNA-technologie en zich te concentreren op populaties met een hoog risico en dierenreservoirs, willen wetenschappers de pandemische respons transformeren van een reactieve strijd in een proactieve verdediging.